Visie

    Zet jezelf in beweging! wil leerlingen veel en goed leren bewegen vanuit een krachtige leeromgeving met veel aandacht voor motivatie. De opdrachten op de bewegingskaarten komen tegemoet aan de bewegingsdoelen ter ontwikkeling van motorische competenties en van een gezonde en veilige levensstijl. Ook de ontwikkeling van een positief zelfconcept en van het vlot sociaal functioneren zijn belangrijk. 

    Ontwikkeling van een gezonde en veilige levensstijl

    Zet jezelf in beweging! maakt leerlingen vertrouwd met een goede fysieke conditie door die stapsgewijs op te bouwen en er blijvend aandacht aan te besteden. Door regelmatige oefening ondervinden leerlingen aan den lijve dat ze zich fitter voelen. Dat werkt erg motiverend!

    Ontwikkeling van motorische competenties

    De opdrachten op de bewegingskaarten hebben tot doel om de bewegingsmogelijkheden van leerlingen zoveel mogelijk uit te breiden. Dat gebeurt door basisvaardigheden te verfijnen tot specifieke vaardigheden (sporttechnieken). Leerlingen leren om een juiste bewegingsoplossing te vinden en om breed probleemoplossend te denken in antwoord op bewegingscontexten. Daarbij staan de volgende motorische competenties centraal: 

    1. Balanceren
    2. Bal- en dingvaardigheden
    3. Hangen, schommelen en slingeren
    4. Heffen en dragen
    5. Klimmen en klauteren
    6. Lopen / Speelse vormen van lopen
    7. Ritmisch en expressief bewegen
    8. Roteren
    9. Spelen
    10. Springen
    11. Steunen
    12. Trekken en duwen
    13. Trekken en slepen
    14. Zwemmen

    Ontwikkeling van een positief zelfconcept

    Leerlingen vinden het leuk om succeservaringen te beleven. Zet jezelf in beweging! laat hen zelf keuzes maken om de doelen te bereiken. Leerlingen leren zichzelf en elkaar waarderen in wat ze kennen en kunnen, welke aanleg ze hebben, welk niveau ze hebben en/of willen bereiken. Een realistisch zelfbeeld vergemakkelijkt dit proces.

    Ontwikkeling van het sociaal functioneren

    De bewegingskaarten motiveren leerling tot het ontwikkelen van vaardigheden die de relatie met zichzelf, anderen en de omgeving bevorderen. Door samen te werken leren ze zichzelf en anderen beter kennen en bouwen ze wederzijds respect op. Leerlingen leren rekening houden met wat ze zelf en wat de anderen kennen en kunnen. Door middel van de evaluatiekaarten leren leerlingen om elkaar goed te observeren en goed geformuleerde feedback te geven. Luisteren naar elkaar en het voeren van discussies in een positieve sfeer zijn daarbij belangrijk.

    Actieve betrokkenheid

    Hoe meer leerlingen actief betrokken zijn bij dit leerproces, hoe hoger het rendement. Motivatie speelt daarbij een sleutelrol. Leerlingen nemen het leerproces zelf in handen, kiezen zelf een taak en dragen er de verantwoordelijkheid voor (autonomie). Zo ervaren ze meteen dat ze zelf iets 'kunnen' en daarvoor gewaardeerd worden (succesbeleving/competentiegevoel).

    Differentiatie

    Zet jezelf in beweging! bevat mogelijkheden tot variatie en differentiatie. De opdrachtkaarten bieden leerlingen de keuze tussen gemakkelijkere en moeilijkere kaarten. Bovendien heb je als leerkracht de vrijheid om zelf nog andere opdrachten aan de box toe te voegen.