Hoe kies je een leermiddel Frans dat écht aan de minimumdoelen beantwoordt?

Door Wilfried Decoo (Universiteit Antwerpen)

De nieuwe minimumdoelen Frans (MDF) zijn ambitieus én duidelijk. Een school moet ten laatste in september 2029 in het 5de leerjaar overstappen naar de MDF. Maar wat als een leermiddel Frans nu al voldoet aan alle criteria en alle materiaal voor leerjaar 5 én 6 inhoudt? Dan is er geen reden om te wachten. Nu overstappen geeft je als leerkracht tijd om je de MDF al goed eigen te maken.

Kies slim: voldoet jouw leermiddel Frans écht aan de minimumdoelen?

Als leerkracht wil je vooral zekerheid: sluit het leermiddel volledig aan bij de nieuwe minimumdoelen Frans? Die minimumdoelen tellen 34 doelen voor de vijf vaardigheden en 17 doelen voor kennis en strategieën. Check niet alleen de doelenlijst, maar controleer ook of er rekening is gehouden met de Visietekst en de Toelichting bij de MDF. Die verduidelijken de verwachtingen.

Check niet alleen de doelenlijst, maar controleer ook of er rekening is gehouden met de Visietekst en de Toelichting bij de MDF.

 

Bekijk dus zeker of een aangeboden leermiddel volledig is uitgewerkt voor beide leerjaren en aan alle vereisten beantwoordt. Let op enkele markante criteria, die je als leidraad kunt volgen en zeker onder de loep moet nemen.

Is de structuur helder en de opbouw doordacht?

De criteria voor het kwaliteitslabel van leermiddelen (Leerpunt) zijn hier richtinggevend. 

  • Begint elk onderdeel van het leermiddel met een helder overzicht dat ook de doelen verduidelijkt?
  • Ziet de leerling in één oogopslag wat essentieel is en wat als bijkomend wordt aangeboden?
  • Heeft het leermiddel een functionele, consistente lay-out die de aandacht richt op essentiële elementen en afleiding vermijdt?

 

Zowel de kwaliteitscriteria als de kennisrijke aanpak drukken op een doordachte en coherente opbouw. Een zorgvuldige opbouw verzekert correcte automatisering: nieuwe structuren verankeren in het langetermijngeheugen. Een foutloze taal overvloedig communicatief ervaren is essentieel. De Toelichting bij de MDF stelt dan ook: “Leerlingen leren in een taalbad Frans dat past bij hun vorderend niveau.”

Biedt het leermiddel veel vlotte communicatieve oefeningen aan die elk precies passen bij het bereikte niveau?

 

Teksten: voldoen ze aan de 2%-regel?

Het geeft leerlingen voldoening als ze een langere tekst vlot kunnen lezen. Het versterkt ook automatisering. Daarom stellen de MDF dat het aantal onbekende, niet-transparante en niet-verklaarde woorden in leesteksten niet meer dan 2 op 100 woorden mag bedragen. De regel geldt ook voor luisterteksten. Wetenschappelijk drukt men op dit belang van ‘comprehensible input’: de leerling geniet van direct begrip, zonder struikelblokken. Hoe meer vloeiende tekst met gekende woorden, hoe beter voor automatisering.

Biedt het leermiddel veel vlot te vatten teksten aan? Naar het einde van het 5de leerjaar en zeker in het zesde kunnen dat al aanzienlijk langere teksten voor leesplezier zijn.

 

Woordenschat: hoe worden de woorden gespreid en hergebruikt?

De MDF bepalen een Woordenlijst met 647 woorden (geteld als lemma’s). Voor een doordachte opbouw, conform de criteria van de kennisrijke aanpak, zijn drie aspecten belangrijk:

  • Beperkte hoeveelheid nieuwe woorden per keer: in de eerste helft van het 5de leerjaar een 8 à 10 woorden per nieuwe tekst; daarna kan het naar een 12 à 15 woorden gaan. Woorden worden ook altijd functioneel in zinnen geleerd en gebruikt. Dus geen losse woorden oefenen (zoals met woordkaartjes), want dat verleidt tot ‘woordentaal’: Tu aller à le marché?
  • Spreiding van de woordvelden: enkele velden tellen veel woorden – voeding (50!), school (21), kleding (19) en lichaamsdelen (16). Om overbelasting en verwarring te vermijden worden die woorden in kleine groepen over meerdere teksten aangebracht.
  • Hergebruik: het gaat hier niet alleen om expliciete herhaling in zinvolle contexten, maar ook om het systematisch ingewerkt terugkomen van vroeger geleerde woorden in teksten en oefeningen.

 

Hanteert het leermiddel: een beperkte hoeveelheid nieuwe woorden per keer, een spreiding van de woordvelden en is er expliciete en ingewerkte herhaling?

 

Werkwoorden: hoe is de aanbreng en inoefening opgevat?

Werkwoordsvormen zijn een bijzondere uitdaging in het Frans. De Woordenlijst telt 76 werkwoorden, waarvan slechts de helft (38) regelmatige op -ER zijn. Naast de types op -IR (partir / finir) en -RE (attendre), zijn er 20 onregelmatige werkwoorden zoals de frequente aller, avoir, devoir, dire, être, faire, mettre, pouvoir, prendre, venir en vouloir. Van al deze werkwoorden verwachten de MDF ook de beheersing van de verleden tijd, dus van de deelwoorden.

Die beheersing kan enkel bereikt worden door een zorgvuldige spreiding van de aanbreng (geen 2 of 3 onregelmatige werkwoorden vlak na elkaar!). Herhaalde inoefening en het berekend hergebruik van de vormen moeten functioneel zijn, dus steeds in communicatieve contexten. Gesprekjes zijn daarvoor ideaal. Het leermiddel moet die ruim aanbieden, ook als extra oefenmateriaal.

Biedt het leermiddel een zorgvuldige aanbreng van de onregelmatige werkwoorden aan? Zijn de herhaalde inoefening en het berekend hergebruik van de vormen functioneel voorzien?

 

Oefeningen: staan automatisering en vlotheid centraal?

De MDF stellen dat leerlingen vlot kunnen spreken, vlot luidop lezen, vlot vertalen ... Vlot betekent vloeiend en zonder fouten. De taalbad-aanpak traint die correcte automatisering. Dus veel lees- en spreekoefeningen die leerlingen meteen vlot kunnen uitvoeren.

Ze kunnen dan in snelle stappen werken en telkens uitdagender, ook met eigen keuzes, zonder taalkundig in de fout te kunnen gaan. De MDF onderscheiden daartoe gebruiksniveaus: die moeten in elke taaltaak duidelijk zijn. Om functioneel te zijn, gaan de meeste oefeningen ook uit van een context, zodat leerlingen er zoveel mogelijk communicatieve situaties mee beleven.

Zijn er voldoende communicatieve lees- en spreekoefeningen die leerlingen meteen vlot kunnen uitvoeren?

 

Dekken de toetsen alle doelen?

Een volledig leermiddel biedt ook toetsen voor elk onderdeel aan. Zijn ze voor spreekvaardigheid en mondelinge interactie handig opgesteld om snel te kunnen afnemen? Kan er tegelijkertijd gedifferentieerd mee getoetst worden? Verder richten een aantal MDF zich op aspecten die niet in de eindtermen voorzien waren: daar moeten nu ook toetsen voor zijn.

Zijn er voor alle MDF toetsen voorzien?

 

Meer informatie over de MDF op de website van het Ministerie

 

En avant, de methode Frans, beantwoordt voor leerjaar 5 & 6 volledig aan die nieuwe minimumdoelen en (voorlopige) leerplannen.
Vraag jouw inzagepakket aan.

 

 

Categorieën: Lager onderwijs, Frans, En avant, Vijfde leerjaar, Zesde leerjaar