Leerlijnen

In de complete taal- en leesmethode Veilig leren lezen komen alle taaldomeinen op een doelgerichte manier aan bod. De leerlijnen voor schriftelijke en mondelinge taal zijn stevig verankerd: technisch lezen, spelling, begrijpend lezen, woordenschat, spreken en luisteren, leesbevordering en creatief schrijven. 

Technisch lezen: vlot lezen dankzij de unieke automatiseerlijn

In Veilig leren lezen krijgen je leerlingen telkens één nieuwe letter aangeboden naast eerder aangeleerde letters. Die nieuwe letter oefenen ze in wisselende combinaties met bekende letters en blijven ze herhalen in woorden en zinnen. Zo ontwikkelen ze sterke teken-klankkoppelingen

De oefeningen bouwen zo op dat je leerlingen nieuwe woorden beter gaan lezen. Kinderen leren immers vlotter nieuwe woorden lezen wanneer ze kennis kunnen inzetten van woorden die hierop lijken. De leesvaardigheid wordt bovendien niet alleen geoefend en toegepast bij het lezen van woorden, maar ook bij het lezen van zinnen en teksten

Veilig leren lezen in 5 stappen

Veilig leren lezen in 5 stappen:

  1. Alzijdig verkennen van de nieuwe letter
  2. Oefenen van de nieuwe letter in steeds wisselende combinaties met bekende letters. Herhalen in woorden en zinnen
  3. Blijvend herhalen van bekende letters in woorden zonder overlap én in zinnen
  4. Oefenen van nieuwe woorden met bekende woorddelen om optimaal te automatiseren
  5. Toepassen van geautomatiseerde leesvaardigheid door het vloeiend lezen van teksten

Spelling: handige stappenplannen en directe koppeling aan technisch lezen

In Veilig leren lezen kim-versie is de leerlijn spelling sterk gekoppeld aan de leerlijn technisch lezen, omdat beide vaardigheden elkaar versterken. Tijdens het spellen leren kinderen van het 1ste leerjaar om elke klank actief om te zetten in een letter. Dat bevordert het inslijpen van sterke teken-klankkoppelingen. Bovendien is het niet zo dat veel lezen automatisch leidt tot goed spellen. Het systematisch inoefenen van de spellingvaardigheid, verbonden met de leerlijn lezen, is daarom van belang voor de taalontwikkeling van je leerlingen. 

spelling.jpg

Het werken met een stappenplan vormt een belangrijke strategie binnen de leerlijn spelling. Leerlingen krijgen handvatten aangeboden om de verschillende deelprocessen systematisch onder de knie te krijgen, gaande van het luisteren naar een woord tot het controleren van het gespelde woord. Zodra de strategie geautomatiseerd is, helpt deze je leerlingen bij het correct en vlot toepassen van de spellingsvaardigheid. De steunkaarten spelling voor specifieke spellingsmoeilijkheden bieden je leerlingen daarbij een houvast.

Begrijpend lezen: inzicht in relaties tussen zinnen

Een kernvoorwaarde voor goed begrijpend lezen is dat leerlingen inzicht krijgen in strategieën om relaties tussen zinnen te ontdekken en om hun kennis van de wereld toe te passen op teksten. In de leerlijn begrijpend lezen staat het aanleren van zulke strategieën centraal. In elke les waarin je leerlingen aan de slag gaan met het lezen van teksten, wordt hun leesbegrip ingeschakeld als natuurlijke houding. 

In de werkboekjes van Veilig leren lezen kim-versie maken je leerlingen op een gevarieerde wijze kennis met oefeningen op woord-, zins- en tekstniveau. Het aanleren van verwijswoorden (bijvoorbeeld maar, want, hij, zij, deze, die, dat, hierop) is daarbij erg belangrijk. Zo wordt hun verbale begrip gestimuleerd en krijgen kinderen hulpmiddelen aangereikt om relaties tussen zinnen binnen een tekst beter te begrijpen. Ook bij de teksten die je leerlingen lezen in de leesboekjes, leren ze vervolgens strategieën ter voorbereiding op het begrijpend lezen. Het accent ligt daarbij op verhaalstructuur en verhaalanalyse ('wie-wat-waarom-vragen', maar ook 'probleem-hoe oplossen' en 'hoofdfiguren-bijfiguren') en op het gebruikmaken van voorkennis. Verder leren je leerlingen strategieën om de inhoud van de tekst te voorspellen (bijvoorbeeld op basis van illustraties of titels) en krijgen ze instructie over denkrelaties, zoals 'doel-middel', 'oorzaak-gevolg' en kerngedachten in teksten (bijvoorbeeld op basis van titel). 

Bovendien besteedt Veilig leren lezen kim-versie ruime aandacht aan de samenhang tussen begrijpend lezen en woordenschat (in de diepere betekenis van verbaal begrip) enerzijds, en tussen begrijpend lezen en begrijpend luisteren anderzijds. Door op een doelgerichte en systematische manier aandacht te besteden aan deze taalcomponenten, tillen je leerlingen hun vaardigheid in begrijpend lezen snel tot een hoger niveau.

Woordenschat: breed aanbod aan concrete en abstracte woorden in een duidelijke context

In Veilig leren lezen kim-versie werk je gericht aan de woordenschatuitbreiding van je leerlingen, zowel door het aanbieden van een rijke talige context als door intentioneel leren. Het accent ligt daarbij niet enkel op het aantal nieuwe woorden dat aan bod komt, maar voornamelijk op het verdiepen van de woordkennis en het concretiseren met beeldmateriaal, voorwerpen of duidelijke contexten. Je gaat steeds in op verschillende betekenisaspecten en op relaties tussen woorden. Herhaling en variatie vormen daarbij kernbegrippen.

De ankerverhalen die in elke kern van Veilig leren lezen kim-versie aan bod komen, vormen de basis van de leerlijn woordenschat. In die verhalen worden expliciet concrete en meer abstracte kernwoorden gebruikt. Ook komen verwijs- en signaalwoorden (bv. hen, want, maar) in de werkboekjes uitgebreid aan de orde en zijn er woorden die gerelateerd zijn aan het thema van de kern. 

In Veilig leren lezen kan je bij al deze stappen beroep doen op de Leerkrachtassistent, waarmee je op het digibord telkens nieuwe woorden kunt tonen, deze op diverse wijzen aan de orde kunt stellen en ze in al hun betekenisaspecten kunt verkennen. Je leerlingen oefenen ook zelf actief hun woordenschat met de leerlingsoftware

Spreken en luisteren: ontwikkelen van vaardigheden in verschillende spreek- en luistersituaties

Tijdens de integratielessen van Veilig leren lezen krijgen je leerlingen de kans om op een gerichte manier hun vaardigheden voor spreken en luisteren verder te ontwikkelen. Daarbij wordt zowel gewerkt aan doelen voor gespreksvaardigheden, luistervaardigheden, als aan vaardigheden voor vertellen en presenteren

In verschillende spreek- en luistersituaties leren je leerlingen:

  • Om nieuwe informatie toe te voegen aan een gespreksonderwerp
  • Om gericht vragen te stellen en samen tot oplossingen te komen
  • Om een verhaal gestructureerd na te vertellen en een gesprek aan te knopen over de inhoud
  • Om hun mondelinge taalvaardigheid en tekstbegrip verder te ontwikkelen

 

In Veilig leren lezen gaat er niet alleen aandacht uit naar luistervaardigheid in een live context, maar ook naar luisteren in een audiovisuele setting. Als leerkracht vervul je bovendien een belangrijke rol om de ontwikkeling van woordvorming, zinsbouw, intonatie en expressie blijvend te stimuleren. Veilig leren lezen gaat daarbij uit van een aanpak waarbij je als leerkracht als rolmodel fungeert en waarbij je samen met je leerlingen reflecteert en hun directe feedback geeft. 

Leesbevordering: leesbeleving en voortdurend leesplezier

In Veilig leren lezen staat leesbeleving centraal. Leesplezier loopt immers als een rode draad doorheen alle kernen van de methode. De kinderen lezen zelfstandig of samen met een maatje. Zo passen ze hun leesvaardigheid op een doelgerichte manier toe. 

Bij de verschillende onderwerpen van de ankerverhalen beantwoorden je leerlingen vragen die ingaan op hun eigen ervaringen en interesses. In de leerlingsoftware leesbevordering krijgen ze dit soort vragen naar aanleiding van de gelezen boeken. Met behulp van de Leerkrachtassistent kun je de antwoorden klassikaal bespreken. 

Creatief en/of functioneel schrijven: doelgericht leren formuleren van teksten

In de eerste kernen van Veilig leren lezen kim-versie staan schrijftaken in relatie met de woordenschat. Kinderen maken allerlei lijstjes, woordvelden en posters die gekoppeld zijn aan het verzamelen van begrippen binnen het thema. De lessen creatief schrijven (vanaf kern 7) zijn daarentegen niet altijd direct gekoppeld aan de lessen woordenschat. In deze lessen wordt gericht gewerkt aan het leren formuleren van zinnen en tekstjes. De kinderen leren om gebruik te maken van tekstkenmerken in functie van het doel en de boodschap (zoals bij het schrijven van een brief, een uitnodiging of een verhaal). Instructie en modelen krijgt een centrale plek in deze lessen.

Keer terug naar 'Didactiek'

Met Veilig leren lezen leren je leerlingen steeds één nieuwe letter in combinatie met eerder geleerde letters. Op die manier zetten ze een snellere stap tot correct en vlot lezen. 

Didactiek

Ga verder naar 'Differentiatie'

Veilig leren lezen komt tegemoet aan de specifieke leerbehoeften van élke leerling. Ontdek snel de talrijke mogelijkheden tot differentiatie! 

Differentiatie