Kennis als fundament van sterk onderwijs

Ondanks de inzet van leerkrachten dalen de leerresultaten en groeit de kloof tussenleerlingen. De nieuwe minimumdoelen moeten dat tij keren.

Interview met Kelly Thyssen, experte aan het woord

Projectleider curriculumontwikkeling bij het stedelijk onderwijs Antwerpen

Ondanks de inzet van leerkrachten dalen de leerresultaten en groeit de kloof tussen leerlingen. De nieuwe minimumdoelen moeten dat tij keren, met kennis als fundament. Kelly Thyssen, lid van de kerncommissie, vertelt waarom de hervorming nodig is en waarom die al in de kleuterklas start.

Kelly Thyssen was nauw betrokken bij de totstandkoming van de minimumdoelen. “We hebben bakens uitgezet, een visie ontwikkeld en een kader gecreëerd”, vertelt ze. Vanuit dat kader gingen zo’n zeventig experten aan de slag. “Zij formuleerden de doelen, wij bewaakten de samenhang en kwaliteit en zorgden dat de duidelijkheid, inhoudsrijkheid en coherentie behouden bleven.”

Naast de doelen leverde de kerncommissie een rapport met elf beleidsaanbevelingen: meer middelen en ruimte voor professionalisering, versterking van lerarenopleidingen en kleuteronderwijs, en een kwaliteitslabel voor leermiddelen. “Een deel van die aanbevelingen is opgenomen in het beleid. Dat stemt ons tevreden.”

Kennis en vaardigheden

Volgens Thyssen is de hervorming dringend en fundamenteel. “De voorbije decennia zagen we een slingerbeweging: van kennisrijk naar vaardigheidsgericht onderwijs, vaak met de gedachte: je kunt alles opzoeken op het internet, dus moet je het nog kennen?”

“Het is niet de bedoeling terug te keren naar vroeger”, benadrukt ze. We willen een stevige kennisbasis combineren met aandacht voor vaardigheden. Kennis is nodig om vaardigheden te ontwikkelen. Zo bouwen we aan een sterker en samenhangend curriculum.”

Ook de praktijk toont het belang aan. “Peilingen tonen dat het Vlaamse onderwijs achteruitgaat, ondanks de inspanningen van leraren. Scholen zetten sterk in op lezen, taal en woordenschat. Technisch lezen lukt vaak goed, maar begrijpend lezen blijft achter. Zonder achtergrondkennis kun je een tekst niet interpreteren, zelfs als je vlot leest. Dat geldt voor alle vakken.”

Stap voor stap

De kracht van een kennisrijk curriculum zit in de opbouw. “Alles is doordachter: inhouden hangen samen, keren terug en worden stap voor stap verdiept, zodat kennis beter blijft hangen.”

De minimumdoelen vormen het kader, dat verder wordt uitgewerkt in de leerplannen. “Door leerlijnen zorgvuldig op te bouwen en sleutelconcepten te laten terugkeren, verankert kennis zich echt. Zo ontstaat een brede, gemeenschappelijke basis, die cruciaal is in alle vakken. Hoe meer je weet, hoe makkelijker nieuwe kennis te begrijpen en te onthouden is.”

Binnen die aanpak krijgen wiskunde en Nederlands de hoofdrol. “Die vakken zijn essentieel, niet alleen op zichzelf, maar ook om taalvaardigheid en begrip in andere vakken te ondersteunen.” Hierdoor winnen ook de zaakvakken (geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap & techniek, kunst en cultuur) aan gewicht.

Kleuters mogen kleuters zijn

De opbouw start al vroeg. “Kinderen zitten in Vlaanderen vaak 3 tot 4 jaar in de kleuterschool. Dat is een kans die we moeten benutten. Kleuters krijgen geen formele lessen, maar zijn nieuwsgierig. Voor achtergrondkennis hoef je niet te wachten tot een bepaalde leeftijd.”

Vroeg beginnen creëert ruimte voor herhaling en verdieping in de lagere school. “Op de korte en op de lange termijn bouwen kinderen sneller een bredere kennisbasis op en ontwikkelen ze een ruimer interesseveld.”

Thyssen begrijpt de bezorgdheid van leerkrachten, maar benadrukt dat spelen en leren elkaar niet uitsluiten. “Denk aan het winkeltje in de klas. Als dat ingebed is in een thema en met terugkerende concepten werkt, leren kinderen al spelend tellen, rekenen en taal, zonder formele instructie.”

Welbevinden blijft cruciaal. De minimumdoelen voor kleuters werden grondig getoetst door experten. “We mogen de lat hoog leggen. School is er ook om iets bij te brengen wat kinderen niet vanzelf thuis leren.” Ook anderstalige leerlingen varen daar wel bij. “Het curriculum zet sterk in op expliciete en rijke woordenschat. Die zit al vervat in de minimumdoelen en zal duidelijk worden in de leerplannen.”

Meer houvast

De hervorming vraagt structuur en planmatig werken. “Of de lat hoger ligt dan vroeger, hangt af van de voorkennis van de leraar. Belangrijk is vooral de duidelijkheid.” Waar leerdoelen vroeger vaak vaag bleven, ligt nu concreet vast wat aan bod moet komen. “Dat biedt houvast voor leraren, lerarenopleiders, leermiddelenmakers en begeleiders. Iedereen weet wat de kernkennis is en waar naartoe wordt gewerkt.”

Voor startende leraren is die helderheid een steun. “De opdracht is duidelijker, ook al is de inhoud soms pittig. Zo weet iedereen wat een leerling moet kennen en kunnen.”

Voor Thyssen is de hervorming geslaagd als leerlingen beter voorbereid doorstromen naar het secundair onderwijs, zichtbaar in toetsen en evaluaties, en idealiter met een lagere instroom in de B-stroom. Tegelijk blijft de haalbaarheid voor leraren cruciaal. “Als zij zich versterkt voelen in hun rol en ervaren dat deze helderheid nodig was, dan is de hervorming voor mij echt geslaagd.”

Wie is Kelly Thyssen?

Als projectleider curriculumontwikkeling binnen het Stedelijk Onderwijs Antwerpen bouwt ze mee aan krachtige, samenhangende leerplannen die leerkrachten ondersteunen en leerlingen maximaal laten groeien. Als onderwijsexperte stond ze zelf 12 jaar met passie voor de klas en combineert ze praktijkervaring met een sterke visie op kwaliteitsvol en duurzaam onderwijs.

Daarnaast is ze lid van de commissie-Muijs, die instond voor de herziening van de minimumdoelen in het basisonderwijs. Vanuit haar expertise draagt ze bij aan een onderwijsbeleid dat ambitieus, haalbaar en gedragen is door de praktijk.


Categorieën: Dag Loeloe, Dag Jules, Dag Pompom, Zwijsen, Kleuteronderwijs, Eerste leerjaar, Minimumdoelen