Conflicten oplossen bij kleuters

Meer dan sorry zeggen en een handje geven?

Bijna alle kleuters leren al vroeg dat ze sorry moeten zeggen als ze onbeleefd of gemeen zijn geweest. Maar wat leren ze hier eigenlijk van? Dankzij dit blogbericht leer je je kleuters de magie van oprechte excuses, verantwoordelijkheid nemen en alternatieve gedragskeuzes. Bovendien hebben we onderaan een handige Goedmaakposter toegevoegd, zodat je meteen alles in de praktijk kunt brengen.

Gastblog dooEva Dierickx, lector aan de lerarenopleiding bij de AP Hogeschool

Tijdens de speeltijd komt Sander huilend naar mij toe, zijn knie heeft een lelijke schaafwonde. Even later komt Anaïs aangelopen, met een rood hoofd en luid roepend: ‘Maar ik zei toch sorry!’.

Een oprechte verontschuldiging is – in tegenstelling tot wat veel kleuters (en volwassenen) denken – meer dan een toverwoord. Het houdt in dat je je verantwoordelijkheid neemt voor je daden, dat je empathie toont en je best doet om je fouten te herstellen. ‘Sorry’ kan een krachtig begin zijn van een verontschuldiging, maar enkel als het authentiek is en vertrekt vanuit het besef van eigen verantwoordelijkheid en empathie (Dunham, 2016).

En dat is net waar het schoentje wringt. De meeste kleuters zijn nog niet in staat om zich in te leven in de gevoelens van anderen. Ze kunnen het perspectief van de ander nog niet aannemen en begrijpen niet wat de ander denkt en voelt. (Astington, 2010). Als Lisa een andere peuter bijt of slaat om haar speelgoed af te nemen, kan het best zijn dat Lisa ervan overtuigd is dat de andere peuter blij is, omdat zijzelf blij is nu ze dat speeltje in handen heeft. Lisa dwingen om nu ‘sorry’ te zeggen, leert haar dan ook weinig.

 

Een conflict is een waardevol moment

Een ruzie komt altijd slecht uit, maar leren omgaan met conflicten is een van de meest waardevolle lessen die je een kind kunt leren. Neem daarom -indien mogelijk- de tijd om conflicten op te lossen conflicten in de klas. Een conflict is een buitenkans om authentiek en zinvol te werken aan de sociale vaardigheden van je kleuters.

Het goede gedrag moeten we eerst zelf voordoen: oprechte excuses maken als we fouten maken, ons inleven in anderen en onze fouten proberen te herstellen.

 

Vertrek vanuit ‘het slachtoffer’

Als kleuters andere kleuters pijn doen, kun je vertrekken vanuit wat Martin Hoffman (2000) ‘slachtoffergericht denken’ noemt. In plaats van het kind te dwingen om sorry te zeggen, richten we ons op de impact van het gedrag op de ander. We benoemen zowel het gedrag als het perspectief van 'de ander'. Het is belangrijk om dit rustig, beknopt en begrijpelijk te doen (Bessemer, 2013).

 ‘Anna, kijk eens naar wat je deed. Je hebt Roel geduwd en dat deed pijn. Kijk eens naar zijn tranen. Kijk eens naar zijn gezicht. Hoe voelt hij zich?’

 

Verantwoordelijkheid nemen

Hoewel kleuters niet altijd de consequenties van hun acties kunnen overzien, is het belangrijk dat ze verantwoordelijkheid leren nemen voor hun eigen gedrag. Nadat je kleuters hebt geholpen inzicht te krijgen in de gevolgen van hun daden, kun je hen aanmoedigen om zich te excuseren. Lukt dit niet? Dan moeten we hen niet dwingen, maar namens hen spreken. Jij staat model voor haar/hem en zegt de woorden die zij in een volgende situatie zou kunnen gebruiken (Besemer, 2013).

Vervolgens ga je samen op zoek naar manieren om ‘het goed te maken’. Dit kan betekenen dat het kind helpt om het zandkasteel opnieuw op te bouwen, het (eerder afgenomen) koekje deelt met zijn buur of een gescheurde tekening zo goed mogelijk probeert te lijmen. Soms kan het zo simpel zijn als eens gaan vragen: ‘is alles ok?

Nadat ik Anna heb gewezen op de gevolgen van haar daden (zie boven), vraag ik aan Roel of het goed is dat Anna zijn tranen helpt afdrogen. Hij knikt. Ik zeg aan Anna dat ze een washandje mag halen. Vervolgens laat ik haar zien hoe ze voorzichtig zijn wangen kan drogen, wat ze dan ook doet.

Als Roel Anna’s hulp had geweigerd, zou ik aan Anna kunnen uitleggen dat dit het gevolg is van haar eerdere gedrag. Even later, wanneer iedereen gekalmeerd is, ga ik met hen in gesprek over hoe het gedrag is ontstaan en wat mogelijke alternatieve gedragingen kunnen zijn (bvb: gebruik je stem in plaats van je handen).

 

Bied alternatieven aan

‘Zeg het met je woorden’ is iets wat ik vaak probeerde duidelijk te maken aan kleuters in een conflict. Als je dat speelgoedje wil, moet je het eerst vragen. Als het jouw beurt was, moet je je klasgenoot daaraan helpen herinneren.

Niet alle kleuters hebben echter de woordenschat of vaardigheden om gedragsalternatieven te bedenken. Als ze hun zin niet krijgen, gaan ze schreeuwen, duwen of trekken. Dergelijke kleuters hebben een beperkt gedragsrepertoire. Als kleuterleerkracht kun je helpen dit repertoire uit te breiden door gedragsalternatieven aan te bieden. Zo worden ze sociaal vaardiger.

Deze alternatieven kunnen varieren van eerder afhankelijk “Kom naar mij toe, als je nog eens boos bent. Dan kan ik je helpen.” Of “Zullen we kijken wanneer jij in de poppenhoek kunt?” naar eerder onafhankelijk zoals praten over de eigen gevoelens of om de beurt spelen met het stuk speelgoed (Besemer, 2013; Macsata, 2015)

Door samen met de kleuters te zoeken naar mogelijke gedragsalternatieven en hen de beste te laten kiezen voor deze conflictsituatie, leer je de (oudere) kleuters zelfstandig en onderling conflicten oplossen (Macsata, 2013).

Van streek

Geef kinderen indien nodig de tijd om te kalmeren voor je ze de kans geeft om hun fouten te herstellen. Een kind dat zo van streek is dat het een ander beet, zal niet naar jou luisteren, laat staan meevoelen met de ander (Durham, 2016).

‘Je hebt hem gebeten. Dat is niet ok! Kijk eens hoe hij zich voelt. We gaan even langs de kant zitten, tot je weer rustig bent. […]’ Als het kind gekalmeerd is, heb ik een gesprekje met hem over bijten en hoe dit andere kinderen pijn doet. ‘Zullen we even bij Alberto gaan kijken, om te zien hoe het nu met hem gaat?’ Ik ga mee naar het gebeten kind en zet me daar op ooghoogte. Ik moedig de bijter aan te vragen ‘Doet het nog pijn?’. Indien het kind er nu klaar voor lijkt, kun je samen naar suggesties zoeken om het incident recht te zetten. Dit kan een gemeende ‘sorry’ zijn, maar ook een kusje op de pijnlijke plek of het delen van een stuk speelgoed.

 

Kleuters kunnen conflicten onderling oplossen.

Onderzoek wijst uit dat kleuters in staat zijn om onderling conflicten op te lossen, maar dat kunnen ze niet spontaan. Ze moeten hierin begeleid worden door een kleuterleerkracht die hun expliciet oplossingsstrategieën en gedragsalternatieven aanleert. Door middel van een voorbeeldfunctie en kringgesprekken kun je de kleuters leren om het probleem te expliciteren, gedragsalternatieven te formuleren en het beste alternatief uit te proberen (Macsata, 2013; Browning, Davis & Resta, 2000).

 

Verder lezen?

9789401476478Eva Dierickx schreef samen met Astrid Koelman Kleuterleerkracht. Ze combineren de kennis van wetenschappelijk onderzoek met ervaringen van verschillende kleuterleerkrachten in een inspirerend en praktisch naslagwerk, boordevol evidence-based tips en adviezen.

 

Categorieën: Dag Loeloe, Dag Pompom, Zwijsen