Differentiatie

In zoWISo staat elk kind centraal

In zoWISo staat élk kind met zijn specifieke leerbehoeften centraal.

Er wordt specifiek aandacht geschonken aan:

  • zwakkere rekenaars,
  • snelle en betere rekenaars
  • en taalzwakke rekenaars.

De differentiatieset biedt in het eerste leerjaar oefeningen op twee niveaus aan.

Oefeningen op het oefen-niveau zowiso-picto-oefenen-leerjaar1 en op niveau verdieping zowiso-picto-verdiepen-leerjaar1.

Vanaf leerjaar 2 vind je opdrachten op vier niveaus terug in de differentiatieset:

Oefenen zowiso-picto-oefenen, loper zowiso-picto-verdiepen, ladder zowiso-picto-verdiepen en verdiepen zowiso-picto-verdiepen. De gemiddelde en zwakkere rekenaars kunnen verder aan de slag met oefeningen op het basisniveau: niveau oefenen en loper. Zo krijgen deze leerlingen de kans om zich de basisleerstof meer eigen te maken. Betere rekenaars zullen niet genoeg hebben aan de oefeningen uit het basispakket van zoWISo. Door deze leerlingen aanvullende, uitdagende opdrachten zowiso-picto-ladderzowiso-picto-verdiepen te geven kunnen we ze op hun niveau succeservaringen bieden, zonder ze nieuwe leerstof aan te reiken.

Naast de differentiatieset die oefeningen aanbiedt op vier verschillende niveaus (vanaf leerjaar 2) zijn er nog tal van andere manieren om te differentiëren binnen zoWISo

Differentiatie voor zwakkere rekenaars

Differentiatie voor zwakkere rekenaars

In zoWISo wordt er regelmatig verwezen naar een aparte aanpak voor zwakkere rekenaars. Als de leerlingen zelfstandig de oefeningen in het werkboek maken, heeft de leerkracht tijd om leerlingen te helpen die het moeilijk hebben met bepaalde oefeningen.

De leerstof wordt vaak ingeoefend in de vorm van rekenspellen. Door deze speelse manier zijn de zwakkere leerlingen meer gemotiveerd om de leerstof te automatiseren.

handleiding-zowiso-leerjaar5-blok2

 

In de handleiding worden tips gegeven om de leerlingen doelgericht te observeren.

 

Na deze observatie kan je bepaalde problemen gericht aanpakken of tijdig bijsturen. Leerlingen krijgen tijdens elke fase van het leerproces de mogelijkheid om terug te grijpen naar concreet materiaal of een stap terug te zetten naar een vorige fase. Door een stap terug te zetten naar het concretere niveau kan de leerling meer inzicht opbouwen.

 

Daarnaast bestaan er in zoWISo nog verschillende andere differentiatiemiddelen zoals de zoWISo-wijzer, de breukendoos (vanaf leerjaar 4) en de getallendoos (leerjaar 1 t.e.m. 3).

extradifferentiatie

 

werkboek-zowiso-leerjaar5-blok2
In het werkboek kunnen leerlingen de kennis en vaardigheden verder oefenen. Via de software kunnen de leerlingen ook verder oefenen op hun eigen niveau. 

 

zoWISo leertraject leerjaar 6

Differentiatie voor de betere rekenaars

Voor de betere rekenaars kan het basisaanbod van het werkboek uitgebreid worden. Deze leerlingen zullen sommige oefeningen in het werkboek erg snel oplossen of meer uitdaging aankunnen. Zij kunnen aan de slag met ladderoefeningen zowiso-picto-verdiepen en verdiepingsoefeningen zowiso-picto-ladder uit de differentiatieset. In die verdiepingsoefeningen wordt geen nieuwe leerstof aangereikt. Daardoor ontstaan er geen twee verschillende snelheden binnen de klas. De oefeningen zijn ook gemakkelijk inzetbaar en vereisen weinig begeleiding door de leerkracht.

Naast de differentiatieset krijgt de leerkracht ook tips om de leerlingen anders te begeleiden en om bepaalde doe-activiteiten of oefeningen moeilijker te maken. Zo wordt er bijvoorbeeld aangeraden om de betere rekenaars sneller zonder materiaal te laten werken.

zoWISo-voorbeeld-differentiatie-in-handleiding-leerjaar-2-blok-2-les-15-2

Voor echte sterke rekenaars (hoogbegaafde leerlingen) kun je behalve van het verdiepingsniveau in de differentiatieset ook gebruik maken van extra materiaal zoals Rekentijger.

Differentiatie voor taalzwakke rekenaars

In de klassen zitten steeds meer leerlingen die meertalig of anderstalig zijn opgevoed. Daardoor kunnen ze soms niet goed volgen in de wiskundeles. zoWISo is uniek door de aandacht die het schenkt aan taalzwakke rekenaars. Dat blijkt op verschillende gebieden.

In de zoWISo-handleiding is er in elke les aandacht voor de specifieke rekentaal enerzijds en de ruimere contexttaal anderzijds. Daardoor kan de leerkracht bij de lesvoorbereiding aandacht schenken aan de nieuwe woordenschat die in deze les aan bod zal komen. Als de les begint, kan indien nodig gepolst worden of alle leerlingen de vereiste woordenschat begrijpen en beheersen.

In de leerlingenmaterialen worden de opdrachten aan de hand van korte instructieteksten gegeven. In de werkboeken wordt gebruik gemaakt van de pictogrammen die ook voorkomen in Veilig leren lezen, de methode voor aanvankelijk lezen van Zwijsen.

pictos-veilig-leren-lezen

Er zijn ook een aantal wiskunde specifieke pictogrammen toegevoegd. Deze pictogrammen zijn zeer herkenbaar voor de leerlingen en keren terug in de verschillende materialen. 

pictos-wiskundespecifiek

De oefeningen worden sterk visueel ondersteund. Vraagstukken worden in het eerste leerjaar uitsluitend in visuele vorm aangeboden. In de daaropvolgende leerjaren is er soms nog een afbeelding toegevoegd bij vraagstukken ter ondersteuning.

Als de leerlingen mee denken over de mogelijke oplossing van een bepaald wiskundig probleem, wordt het mondeling taalgebruik gestimuleerd. Dit draagt bij tot de taal- en rekenontwikkeling van de leerlingen.

Keer terug naar 'Leerlijnen'

Differentiatie is aanwezig in alle leerlijnen van zoWISo. Neem snel een kijkje! 

Leerlijnen

Ga verder naar 'Zo werkt het'

De visie van zoWISo komt duidelijk naar voor in de opbouw van de methode. Maximale ondersteuning voor leerling en leerkracht vormt daarbij het uitgangspunt.

Zo werkt het